DWD-MediaDWD-Media

informatief / betrokken / overzichtelijk

Ruim honderd carnavalswagens verder!

Wie Karel Schrooyen zegt, denkt meteen aan de melkbussen langs de A58, de Wouwse boer, maar natuurlijk ook aan carnavalswagens. Bij toeval kwam Karel er achter dat hij al meer dan 100 grote wagens voor de leutstoeten in de regio heeft ontworpen. Bouwclub ‘Torrep’ uit Essen liet weten dat hij voor de 28ste keer hun wagen had getekend.

,,Ik heb toen mijn lijst van wagens en andere carnavalsideeën erbij gehaald. Ik kwam uit op 106 wagens. Behalve de 28 voor ‘Torrep’ ook dertig stuks voor de inmiddels opgeheven bouwclub Rimboeanen uit Wouwse Plantage”, zegt de Wouwse ontwerper. De kleine wagens en ideeën voor groepen, paren en enkelingen heeft hij bij zijn telling buiten beschouwing gelaten. Van jongs af aan was Karel binnen het Wouwse carnaval actief. In 1958 fietste hij als klein manneke mee in de leutstoet. In 1963 hielp hij voor het eerst mee aan het bouwen van een wagen en daarna heeft het carnavalsvirus hem niet meer losgelaten. Het Rem-eiland, de schoolstrijd, een vijf meter hoge figuur op een driewieler. Karel somt zo een reeks van wagens op die hij ontwierp. In eerste instantie vooral voor zijn eigen wijk: de Plantagebaan. Het creatieve talent van Karel werd ontdekt op de kostschool in Huijbergen. De broeders vonden dat hij daar verder mee moest gaan en zodoende kwam Karel uiteindelijk op de kunstacademie in Breda terecht. Zelfs zijn eindexamenopdracht stond in het teken van carnaval met een wagen met figuren met mathematische vormen en maar vier kleuren. In die tijd voerden de Kasteelstraat en de Plantagebaan de strijd om de eerste prijs bij de grote wagens aan. De Kasteelstraat met ontwerper Kees Keijzer en de Plantagebaan met Karel Schrooyen. Nu weer won de een, dan de ander. Dat ging door tot de wijkverenigingen een zachte dood stierven, omdat de een na de andere bouwer het welletjes vond. ,,Ik heb tijdens een stage in Bergen op Zoom veel geleerd. Daar werkten ze met schaduwspuiten en andere technieken die ik later zelf verder ontwikkeld heb. Die probeer ik ook door te geven aan de huidige jonge bouwers”, geeft de enthousiaste Wouwenaar aan.

Op de internationale toer

\Hij had ondertussen de aandacht getrokken van bouwclubs uit de regio en België. De Paprakkers, Leuttrappers, Rimboeanen en ‘We zen wir de leste’ lieten hun wagens door hem ontwerpen en uit Essen kwamen vragen van ‘Torrep’, ‘Denoek’ en ‘Denuil’. ,,Ik had daar wat kozijnen (neven)  wonen die actief waren in het carnavalsgebeuren en die vroegen of ik hen wilde helpen. Zodoende begon ik ook voor hen wagens te ontwerpen en soms ging ik ook even helpen.” Karel maakte ook de hele ontwikkeling van materiaalgebruik mee. In de loop van de jaren stapten clubs over van bouwen met papier-maché naar polyester en later paverpol. ,,Bij ‘We zen wir de leste’ werken we nu met Pirschuimplaten. Daar kun je als een beeldhouwer in modeleren en het kan daarna meteen beschilderd worden. Een nadeel is dat je wel een stofkap op moet doen, maar dat weegt niet op tegen de prettige manier van werken. Maak je een fout, dan los je dat op met schuim”, geeft Karel aan. Mooie herinneringen heeft de Wouwse ontwerper aan 2009 toen hij een keer met een wagen vol knuffelbeesten in de Bergse optocht mee mocht rijden. ,,Het applaus van de mensen langs de kant en hun carnavalsgroet voelde aan als een warme douche. Dat zou ik best nog eens mee willen maken.” Bij het ontwerpen van een wagen betrekt Karel Schrooyen altijd de bouwers. Die moeten het idee dragen, want zij moeten voor de uitvoering zorgen. ,,Ik heb een keer een compleet witte wagen willen bouwen, zonder kleur. Daar was de bouwploeg niet voor te porren. Toen hebben we als compromis gekozen voor een wagen die aan de ene kant wit was en aan de ander kant beschilderd.” De 105de creatie is de wagen van ‘We zen wir de leste’, die niet alleen in Roosendaal mee gaat rijden, maar ook in Wouw. Dat is een wagen waar enorm veel aan te zien is en die zeker tot verbazing van de kijkers zal leiden. ,,Hopelijk wordt het weer druk langs de kant, want je wilt altijd voor zoveel mogelijk mensen werken. Als mensen zich verdringen, zoals in de Roosendaalse Molenstraat, dan geeft dat een kick. Ik wil nog graag één keer flink vlammen met deze wagen”, besluit Karel. Maar of het werkelijk de laatste wagen wordt? Hij vindt 111 ook wel een heel mooi getal, dus mogelijk komen er nog zes ontwerpen achteraan.